Column: Dank voor de massale inspraak, maar woonvisie komt er niet

Wethouder Jelle Beemsterboer wil opeens geen woonvisie meer. De bestaande visie is verlopen en er komt geen nieuwe. Is dit zo erg? Er zijn diverse inspraakbijeenkomsten gehouden dwars door de gehele gemeente, goed bezochte avonden waren het met veel input vanuit de bevolking. Een paar maanden later plotseling het besluit de woonvisie gaat niet door. Moeten de bewoners, die de moeite namen om te komen, zich nu bekocht voelen? Ik denk van wel.

Beemsterboer geeft aan de ‘consultatierondes’ mee te nemen in het proces van de Omgevingsvisie ‘zodat er één integrale visie ontstaat.’ Maar een omgevingsvisie is iets anders dan een woonvisie. De omgevingsvisie gaat over leefbaarheid. Dit is van belang bij bijvoorbeeld het afgeven van bouwvergunningen. Hierbij wordt gekeken naar omgevingshinder, maar ook naar natuur en milieu. Dit wordt zwaar meegewogen. 

Aandachtspunt is dat de invoering van de Omgevingswet telkens wordt uitgesteld. Daar is niet op te wachten. Dus is het niet verstandig de woonvisie over te slaan.

Tot nu toe is gecommuniceerd dat de nieuwe Woonvisie vòòr de zomer van 2020 wordt vastgesteld. Deze belofte zal niet worden waargemaakt wanneer de input voor de Woonvisie meegenomen wordt in de Omgevingsvisie, zegt de gemeente zelf.  Verder schrijft de gemeente ‘dat mogelijk  niet alle in de consultaties voor de Woonvisie opgehaalde informatie overgenomen wordt in de Omgevingsvisie.’ Mensen die de moeite hebben genomen om ’s avonds naar een inspraakbijeenkomst te komen, zullen ontgoocheld zijn door het gemak waarmee de wethouder heeft besloten de woonvisie niet door te laten gaan.

Een woonvisie is van belang voor de vierjaarlijkse gesprekken die de gemeente voert met woningcorporaties om nieuwe afspraken te maken over woningbouw, de zogeheten prestatieafspraken. De huidige afspraken zijn in 2018 verlopen en dus moeten er nieuwe komen. Maar de gemeente en Wooncorporatie hebben besloten de huidige afspraken door te laten lopen. Beemsterboer zegt dat dit geen problemen geeft ‘vanwege de goede relatie met de woningcorporaties.’

Nu er niet met de vuist op tafel wordt geslagen, komt er weinig terecht van de target van 300 nieuwbouwwoningen per jaar (2018: 220; 2019: 38 woningen)  Neem het Westerpark waar de bouw van 35 sociale huurwoningen staat gepland. Wie hier komt kijken ziet geen enkele bouwactiviteit. In het voor woningbouw potentierijke Muggenburg-Zuid is het niet veel beter. Waarom duurt het allemaal zo lang? In het gemeentehuis sterft het van de projectgroepen die het bureaucratisch pad effenen naar realisering.

De gemeente Schagen en Wooncompagnie namen wel de moeite om met een gezamenlijk statement naar buiten te komen, waarin ze aangeven dat ze samen de woningnood willen bestrijden. Goede zaak natuurlijk, maar wel graag boter bij de vis. De getallen liegen er namelijk niet om. Op iedere vrijkomende woning in de gemeente Schagen komen er gemiddeld 206 reacties. ‘De enorme vraag naar betaalbare huurwoningen wordt ook met deze getallen pijnlijk bloot gelegd’, legt Jelle Beemsterboer uit in de verklaring.

Hij heeft vier locaties geselecteerd die in aanmerking komen voor woningbouw: rond de Oude School in Sint Maartensbrug, nieuwbouwlocaties in Tuitjenhorn en Oudesluis en een corporatiehotel in de gemeente Schagen, waar spoedzoekers een tijdje kunnen logeren. Goede zaak natuurlijk, maar er wordt niet bij gezegd waar en wanneer met de bouw wordt begonnen. Aan losse flodders heeft niemand iets.   

In de Tweede Kamer is onlangs gesproken over de woningnood. De Tweede Kamer vindt dat het kabinet al lange tijd te weinig doet en te weinig ”de regie pakt”. Er moeten elk jaar 75.000 woningen bijgebouwd worden, maar veel nieuwbouwprojecten komen niet van de grond. De oorzaak is niet moeilijk te vinden: bestuurlijke drukte. Sinds woningbouw een speeltje is geworden van provincies, gemeenten en projectontwikkelaars, is het bergafwaarts gegaan met de woningbouw.  

Opmerkelijk zijn de uitspraken van partijgenoot van Beemsterboer, tevens Tweede Kamerlid voor het CDA, Erik Ronnes. Hij zei: ”het is tijd dat er weer een ministerie van Volkshuisvesting komt dat het heft in handen neemt en kan doorpakken.” BV Nederland heeft gefaald in het bouwen van betaalbare woningen.’  Wat hem betreft moet het nieuwe ministerie er na de verkiezingen in 2021 komen.  Als Beemsterboer volgend jaar gekozen wordt tot Tweede Kamerlid, kan hij meteen beginnen met het helpen optuigen van dat ministerie.

Eugeen Hoekstra

Foto Eugeen Hoekstra column (002) Foto Eugeen Hoekstra column (002)